VISIE
30 maart 2018 - 10:58

 

S F E E R

  • In het IBO heerst een warme en huiselijke sfeer. Ouders en kinderen worden hartelijk onthaald. Er is ruimte voor humor en zottigheid.

  • Kinderen worden nooit op een schoolse manier benaderd. Begeleiders worden met hun voornaam aangesproken.

  • Beide vestigingsplaatsen van OKO  zijn op maat van kinderen ingericht. Er wordt gekozen voor warme en frisse kleuren. Iedere kamer en elke hoek heeft een specifieke spelfunctie.

  • Kinderen worden betrokken bij het inrichten van de ruimtes. Ze mogen ook hun eigen werkjes steeds ophangen om de ruimtes nog meer op te fleuren.

     

M O T I V A T I E  E N   B E T R O K K E N H E I D

  • Bijna wekelijks is er of team of voorbereiding van de vakantieactiviteiten. Er zijn regelmatig formele en informele gesprekken tussen begeleiding, pedagogisch coördinator en coördinator. Dit alles moet ervoor zorgen dat er een positieve sfeer blijft, iedereen op dezelfde golflengte zit, spanningen geen kans krijgen de sfeer te bederven en de opvangkwaliteit steeds bewaakt en verbeterd worden.

  • Door de kinderen zelf de keuze te laten aan welke activiteit ze willen deelnemen is op een systematische manier participatie ingebouwd. Ze kunnen kiezen of ze al dan niet meedoen aan de activiteiten op woensdagnamiddag en hebben tijdens vakantiedagen bijna altijd keuze uit twee of drie activiteiten. Er zijn natuurlijk nog andere terreinen waarop kinderparticipatie verder is uitgewerkt, zoals bv. de inrichting van sommige ruimtes en de aankoop van speeltuigen.

 

C O M M U N I C A T I E

  • Zowel ouders als kinderen worden steeds vriendelijk onthaald bij het binnenkomen van de opvang. Een babbeltje slaan met de kinderen over hun belevenissen van die dag of week is kan steeds.

  • De begeleiding houdt gedurende de dag vele kleine spontane gesprekken met kinderen,  individueel of in groep. Dit versterkt de relatie tussen de begeleiding en de kinderen en zo blijft de begeleiding op de hoogte over het welzijn van de kinderen.

  • Regelmatig is er teamoverleg. Tijdens dit moment betrachten we eventuele ergernissen uit te praten alvorens ze de werksfeer kunnen verzieken. Eventuele probleemsituaties kunnen op die moment ook besproken worden.

  • De begeleiding gaat op een gemoedelijke wijze om met de kinderen, maar moet tegelijk ook gezag hebben. We proberen negatief gedrag te voorkomen door een goede en positieve sfeer en een goede band met de kinderen. De huisregels worden positief geformuleerd en zoveel mogelijk beperkt.

    Wanneer kinderen regels overtreden zijn we consequent: na een verwittiging volgt bij herhaling een passende sanctie. Loze dreigementen kunnen niet.

    Bij ongewenst gedrag worden de kinderen individueel benaderd. In een gesprek wordt hen uitgelegd waarom ze gestraft zijn of gevraagd of ze weten waarom ze gestraft zijn.

    Daarvoor is er o.a. de nadenkstoel op de Rotstraat-locatie of de vensterbank op de Kouter-locatie. Kinderen kunnen ook als sanctie een klusje opgelegd krijgen. De begeleiding legt de nadruk echt wel op positief benaderen van kinderen en op belonen. Door aanvaardbaar gedrag positief te belonen, blijft negatief en onaanvaardbaar gedrag vaker uit. Straffen komt in de opvang daardoor minder frequent voor.

  • Samenwerken met andere diensten is een verrijking voor het IBO en zorgt ervoor dat we niet functioneren als een eiland (samenwerking met bv. Jeugddienst, gemeente, dienst voor opvanggezinnen, scholen, andere IBO’s, koepelorganisaties enz.). De werking en de organisatie van het IBO wordt afgestemd op de andere lokale initiatieven die zich tot dezelfde doelgroep richten. Hiervoor is het Lokaal Overleg het communicatief platform. Sinds 2014 vinden de inschrijvingen voor de zomervakantie plaats in de Rotstraat. Ouders kunnen ter plaatse ook eventueel inschrijven voor de speelpleinwerkingen. Bij een volle bezetting in OKO, kunnen de ouders dus op dezelfde moment zoeken naar een alternatieve opvangmogelijkheid.

 

Z O R G

  • De begeleiding heeft oog voor kinderen die zich minder voelen in de opvang. Dit kan door observatie of gemoedelijke gesprekjes of door mee te spelen met de kinderen. De begeleiding heeft oog voor zowel groot als klein verdriet. We proberen zo snel mogelijk een relatie op te bouwen met de kinderen, zodat de kinderen zich geborgen voelen in de opvang. Wanneer er tijdens het opvangmoment iets opvalt aan een kind (komt er niet toe om te spelen, is wat ongelukkig, heeft veel ruzie, enz.), dan melden we dit aan de ouders. 

  • Bij probleemgedrag of conflict worden kinderen, wanneer nodig, individueel aangesproken en komt de begeleiding tussen als moderator. Ze nemen het conflict niet uit de handen van de kinderen, maar trachten samen met de kinderen te zoeken naar een goeie oplossing.

  • Op het teamoverleg worden ervaringen in het omgaan met kinderen uitgewisseld. Indien er sprake is van probleemgedrag bij een kind, wordt deze situatie samen besproken en trachten we een oplossing te vinden. 

  • Voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte wordt na overleg met ouders een aangepaste begeleiding uitgewerkt.

  • Of het nu avontuurlijk spel is of niet, de veiligheid van kinderen wordt constant bewaakt. De begeleiding is steeds in de buurt (binnen, buiten, boven, beneden, enz.). Wat volgens de regelgeving niet kan, kan voor ons ook niet (bv. Richtlijnen van Kind & Gezin).

  • Buitenspel moet bijna altijd kunnen. Met aangepaste kledij is het haast nooit slecht weer. De persoonlijke hygiëne van kinderen wordt opgevolgd: vuile monden, snotneuzen, vuile handen, plasbroek, enz. We bieden koek en drank aan en een graanontbijt. Zelf snoep meebrengen mag niet. Elke namiddag wordt er fruit aangeboden.

  • Het is soms moeilijk balanceren tussen netheid en spel, tussen wat ouders verlangen en wat kinderen willen. Rommelig kan, als het gezellig is. Na elk opvangmoment wordt de locatie opgeruimd. Kinderen worden gevraagd ook hier hun steentje bij te dragen. Ouders worden gevraagd tijdens de vakanties spelkledij mee te geven aan kinderen.

  • Net als de school is de opvang een deelaspect van de opvoeding. Ouders blijven de belangrijkste opvoeders, maar OKO werkt aanvullend. Door het dagelijks bezig zijn met kinderen voelt de begeleiding zich mede verantwoordelijk voor het welzijn van het kind. Respect en respectvol samenspelen, sociale vaardigheden en omgaan met huisregels zijn erg belangrijk.

 

R E S P E C T  E N  N O N – D I S C R I M I N A T I E

  • We zijn er voor alle kinderen van het basisonderwijs, niet beperkt tot twaalf jaar indien kinderen een jaar hebben overgedaan. Voor de minimumleeftijd geldt twee en een half jaar, maar met als voorwaarde dat ze al schoollopen voor of bij het begin van de opvang en zindelijk zijn.

    Wij richten ons tot alle kinderen onafhankelijk van hun woonplaats of school. Ook kinderen waarbij kinderopvang een meerwaarde kan bieden, kunnen bij ons terecht, ook als de ouders niet werken. Ook kinderen die door hun ouders gebracht worden, omdat ze bijvoorbeeld gewoon zin hebben om te komen spelen, kunnen bij ons terecht. Wij vinden de drijfveer van kinderen die ‘bij hun vriendjes’ willen zijn even belangrijk. Ouders dienen vooraf in de schrijven. Wanneer de opvanglimiet in de vakanties bereikt wordt, worden ouders hiervan op de hoogte gesteld en gaan volgende voorrangsregels in werking: kinderen onder zes jaar en hun broers en zussen die reeds zijn ingeschreven genieten voorrang. Ook de kinderen van het personeel van de IBO krijgen voorrang bij een volle bezetting. Voorrangsregels worden genegeerd wanneer er sprake is van crisisopvang, enkel wanneer er sprake is van een acute situatie waarbij de opvang van het kind van groot belang is (bv. plotse opname van ouder(s) in het ziekenhuis, sterfgeval,…)

  • Het IBO wil kinderen vooral stimuleren in hun sociale ontwikkeling. Het omgaan met andere kinderen, al dan niet van dezelfde leeftijd, is een uitstekende situatie voor het  ontwikkelen van sociale vaardigheden. Kinderen leren omgaan met andere leeftijden, culturen, kinderen van andere scholen, gemeenten, sociale situatie, met spel (winnen en verliezen), conflictsituaties, enz.

    Wij verwachten van kinderen respect voor elkaar en een beleefde omgangstaal. Bij conflicten kunnen kinderen steeds bij de begeleiding terecht. Meestappen in een vicieuze cirkel van zowel fysisch als verbaal geweld kan niet. Pestgedrag is uit den boze. Tijdens teams worden eventuele problemen besproken. Ouders en, eventueel de school ook, worden bij grote problemen betrokken.

  • De begeleiding heeft een voorbeeldfunctie in die zin dat ze in staat moet zijn tegelijk vriendelijk en kordaat te zijn. Kinderen moeten huisregels en grenzen leren respecteren en tegelijk de begeleiding ervaren als een vriend.

 

B U I T E N S C H O O L S E   T I J D   I S   V R I J E   T I J D

  • De opvang heeft een niet schools karakter. We hebben vooral oog voor zaken die op school minder aan bod komen. Het prestatiegerichte zetten we zo weinig mogelijk in de verf. Kinderen hebben na de schooluren nood aan ontspanning.

    Huiswerk maken kan en mag, maar wordt niet door de opvang opgelegd. Indien ouders of kinderen dit wel wensen, geven we kinderen de kans op een rustige plaats te werken. De begeleiding is in de buurt, maar doet niet aan huiswerkbegeleiding. Uiteraard kunnen kinderen bij de begeleiding terecht met vragen.

  • Spelen is de belangrijkste activiteit waarin kinderen hun fantasie, creativiteit en sociale vaardigheden ontwikkelen. De opvang doet een aanbod aan spelmateriaal, begeleid- en geleid spel. Bij begeleid spel worden kinderen gestimuleerd om hun fantasie en creativiteit te uiten. Bij geleid spel zijn creativiteit en fantasie er om het spel van de kinderen op die manier een meerwaarde te geven. Niet het product is belangrijk, wel het proces. Plezier en een ongedwongen ‘eigen’ kunnen ontwikkelen staan op de eerste plaats.